La ricerca girare ha prodotto 53 risultati
IT Italiano NL Olandese
girare (v) [attività bancaria]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
indosseren (v) [attività bancaria]
  • geïndosseerd
  • indosseert
  • indosseren
  • indosseerde
  • indosseerden
girare (v) [medicina]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [medicina]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
girare (v) [movimento]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [movimento]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
girare (v) [oggetti]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [oggetti]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
girare (v) [rotazione]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [rotazione]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
IT Italiano NL Olandese
girare (v) [testa]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [testa]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
girare (v) [strada] een bocht maken (v) [strada]
girare (v) [assegno]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
onderschrijven (v) [assegno]
  • onderschreven
  • onderschrijft
  • onderschrijven
  • onderschreven
  • onderschreef
girare (v) [attività bancaria]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
onderschrijven (v) [attività bancaria]
  • onderschreven
  • onderschrijft
  • onderschrijven
  • onderschreven
  • onderschreef
girare (v) [assegno]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
endosseren (v) [assegno]
  • geëndosseerd
  • endosseert
  • endosseren
  • endosseerden
  • endosseerde
girare (v) [attività bancaria]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
endosseren (v) [attività bancaria]
  • geëndosseerd
  • endosseert
  • endosseren
  • endosseerden
  • endosseerde
girare (v) [assegno]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ondertekenen (v) [assegno]
  • ondertekend
  • ondertekenen
  • ondertekent
  • ondertekenden
  • ondertekende
girare (v) [attività bancaria]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ondertekenen (v) [attività bancaria]
  • ondertekend
  • ondertekenen
  • ondertekent
  • ondertekenden
  • ondertekende
girare (v) [assegno]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
indosseren (v) [assegno]
  • geïndosseerd
  • indosseert
  • indosseren
  • indosseerde
  • indosseerden
girare (v) [maniglia della porta]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
duizelen (v) [maniglia della porta]
  • geduizeld
  • duizelt
  • duizelen
  • duizelden
  • duizelde
girare (v) [movimento]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omkeren (v) [movimento]
  • omgekeerd
  • keren om
  • keert om
  • keerde om
  • keerden om
girare (v) [oggetto]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omkeren (v) [oggetto]
  • omgekeerd
  • keren om
  • keert om
  • keerde om
  • keerden om
girare (v) [traffico]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omkeren (v) [traffico]
  • omgekeerd
  • keren om
  • keert om
  • keerde om
  • keerden om
girare (v) [movimento] zich omkeren (v) [movimento]
girare (v) [oggetto] zich omkeren (v) [oggetto]
girare (v) [traffico] zich omkeren (v) [traffico]
girare (v) [movimento] zich omdraaien (v) [movimento]
girare (v) [oggetto] zich omdraaien (v) [oggetto]
girare (v) [traffico] zich omdraaien (v) [traffico]
girare (v) [movimento]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omdraaien (v) [movimento]
  • omgedraaid
  • draaien om
  • draait om
  • draaiden om
  • draaide om
girare (v) [oggetto]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omdraaien (v) [oggetto]
  • omgedraaid
  • draaien om
  • draait om
  • draaiden om
  • draaide om
girare (v) [traffico]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
omdraaien (v) [traffico]
  • omgedraaid
  • draaien om
  • draait om
  • draaiden om
  • draaide om
girare (v) [traffico] een afslag nemen (v) [traffico]
girare (v) [maniglia della porta]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [maniglia della porta]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [medicina]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [medicina]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v n) [move around an axis through itself]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v n) {n} [move around an axis through itself]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [movimento]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [movimento]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [oggetti]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [oggetti]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [rotazione]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [rotazione]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [strada]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [strada]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [testa]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [testa]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (n v adj) [to turn around quickly]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (n v adj) {n} [to turn around quickly]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [traffico]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v) {n} [traffico]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v n) [change one's direction of travel]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
afslaan (v n) [change one's direction of travel]
  • afgeslagen
  • slaat af
  • slaan af
  • sloegen af
  • sloeg af
girare (v) [traffico]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
afslaan (v) [traffico]
  • afgeslagen
  • slaat af
  • slaan af
  • sloegen af
  • sloeg af
girare (v n) [change the direction or orientation of (something)]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
draaien (v n) {n} [change the direction or orientation of (something)]
  • gedraaid
  • draait
  • draaien
  • draaiden
  • draaide
girare (v) [generale] koers veranderen (v) [generale]
girare (v) [faccia]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
afwenden (v) [faccia]
  • afgewend
  • wenden af
  • wendt af
  • wendde af
  • wendden af
girare (v) [faccia]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
afkeren (v) [faccia]
  • afgekeerd
  • keert af
  • keren af
  • keerde af
  • keerden af
girare (v) [strada]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
buigen (v) [strada]
  • gebogen
  • buigen
  • buigt
  • boog
  • bogen
girare (v) [pettegolezzo] de ronde doen (v) [pettegolezzo]
girare (v) [assegno]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
aftekenen (v) [assegno]
  • afgetekend
  • tekenen af
  • tekent af
  • tekenden af
  • tekende af
girare (v) [attività bancaria]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
aftekenen (v) [attività bancaria]
  • afgetekend
  • tekenen af
  • tekent af
  • tekenden af
  • tekende af
girare (v) [maniglia della porta]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ronddraaien (v) [maniglia della porta]
  • rondgedraaid
  • draait rond
  • draaien rond
  • draaiden rond
  • draaide rond
girare (v) [medicina]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ronddraaien (v) [medicina]
  • rondgedraaid
  • draait rond
  • draaien rond
  • draaiden rond
  • draaide rond
girare (v) [movimento]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ronddraaien (v) [movimento]
  • rondgedraaid
  • draait rond
  • draaien rond
  • draaiden rond
  • draaide rond
girare (v) [oggetti]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ronddraaien (v) [oggetti]
  • rondgedraaid
  • draait rond
  • draaien rond
  • draaiden rond
  • draaide rond
girare (v) [rotazione]
  • girando
  • avrai girato
  • avranno girato
ronddraaien (v) [rotazione]
  • rondgedraaid
  • draait rond
  • draaien rond
  • draaiden rond
  • draaide rond
IT Sinonimi per girare NL Traduzioni
muoversi [vagabondare] चलना (calnā)
camminare [vagare] m जाना (jānā)
visitare [praticare] पधारना
rotolare [muovere in giro] घुमना
passeggiare [bighellonare] सैर करना (sair karnā)
girovagare [bighellonare] सैर करना (sair karnā)
battere [attraversare] m जीतना (jītnā)
andare [attraversare] जाना (jānā)
correre [attraversare] दौड़ना (dauṛnā)
viaggiare [andare] यात्रा करना (yātrā karnā)